24.12.07

Policia Paranoia

Zeven uur `s morgens. De zon schijnt al binnen door donkere gordijnen ontberende vensters. Je draait je nog maar eens om. Veel te vroeg om door koude straten van Potosí te dwalen. Er zijn blijkbaar toch al enkele vroege vogels op pad. Ik hoor wat gestommel aan m'n deur. Een hotelgast die de bloemetjes heeft buitengezet en z'n kamer niet meer terugvindt? "Que Pasa?" roep ik vanuit m'n warme bedje. "Men wil u bezoeken," hoor ik stem van portier. "Ik slaap nog!" roep ik terug. Ik neem wat geginnegap waar achter de deur, en dan klinkt andere stem: "Policia!" Ik schiet snel in een broek, en trek deur op een kier. Inderdaad, daar staan enkele groen geüniformeerde politie-agenten. Zonder dat ik hen hoef uit te nodigen bevinden zich zo opeens vier agenten in m'n toch al niet te grote hotelkamer. Dan volgt het klassieke dansje: paspoort, wat doet u hier, waar gaat u naartoe... Als het een huiszoeking is, is ze halfslachtig: een lege kast wordt opengetrokken, er wordt wat aan m'n gesloten rugzak gepulkt... veel overtuiging komt er niet aan te pas. Als hun nieuwsgierigheid bevredigd is, word ik vriendelijk bedankt. Ik blijf enigszins verbouwereerd achter. Dit is definitely a new sensation.

Achteraf vraag ik om uitleg bij de conciërge. Ze beweert dat dit soort controles de laatste tijd schering en inslag is. Bij rellen in Sucre ontsnapten heleboel gevangenen uit onbewaakt achtergebleven gevangenissen. Nu speurt politie hotels en pensions af naar het ontsnapte geboefte. Ik mag blijkbaar niet klagen over uur van inval, want politie kan ook in het midden van de nacht aan de deur staan. In ieder geval, als dit kadert in de actie "Bolivië heet u welkom", geldt het devies: "Back to the drawing board!"




20.12.07

This bridge is closed. You shall not pass!

Elke Uruguayaan aan wie ik reisplannen wereldkundig maak, fronst de wenkbrauwen. Een brug over de Rio Uruguay oversteken om in Argentinië te geraken? Dat gaat nooit lukken.

Inderdaad, het weekend voordat ik de grens over wil, sluit de Uruguayaanse regering de drie bruggen die het land met Argentinie verbinden. Normaal is het omgekeerd en zijn het de Argentijnen die moeilijk doen en bruggen blokkeren. Niet de Argentijnse regering, let wel, maar een groep milieu-activisten die het niet begrepen heeft op splinternieuwe, hypermoderne Finse papierfabriek aan Uruguayaanse kant van de Rio Uruguay. Het feit dat er in Argentinie een zevental van dit type fabrieken opereren kan actievoerders niet deren.

Volgens de Uruguayanen kan lokale caudillo in Argentijnse provincie Entre Rios het niet pikken dat Finnen oorspronkelijke plannen om zich in Argentinie te vestigen opborgen, nadat hun gevraagd werd flinke som aan pesos onder de tafel door te schuiven. Hij financiert daarom protesten om fabriek en Uruguayanen het leven zuur te maken. Uruguayaanse regering sluit nu een weekend lang de bruggen om aangekondigde intocht van protestkaravaan te beletten.

Ik weet niet waarom ik dit hier allemaal vertel. Uiteindelijk neem ik gewoon een bootje om de Rio Uruguay en meteen ook de grens over te steken.


Potosí

Ben in Potosí, dat na ontdekking van enorme zilverberg in 1546 uitgroeide tot grootste stad ter wereld, even groot als Londen. Berg, de Cerro Rico, is op zijn eentje verantwoordelijk voor Europese economie zoals we die vandaag kennen.

Nu is berg zo goed als leeggeplunderd, al blijven mijnwerkers in cooperativos hardnekkig speuren naar laatste restjes zilver en tin, en dit in miserabele omstandigheden.

Stad ligt aan voet van de Cerro Rico, op een hoogte van 4.000 meter. Combineer dat met zwarte roet, uitgestoten door honderden minibusjes, en zuurstof wordt een schaars goedje. Dit manifesteert zich in amechtig gepuf na 100 meter wandelen.

Uit open deur van die busjes leunt een jongetje van een jaar of tien, dat met schorre stem bestemmingen afdreunt en passagiers probeert te ronselen. Leeftijdsgenootjes leuren met kranten. In de mijnen onder de Cerro Rico (die volgens schattingen in ruil voor al dat zilver acht miljoen indianenlevens eiste, en daarom ook wel de mensenetende berg genoemd wordt) is kinderarbeid nog een feit.

The Boss

We ravotten met enkele Boliviaantjes die gastverblijf op altiplano onveilig maken. Wanneer fellow traveller tandenborstel bovenhaalt, gaan hun ogen wijd open. Dat hebben ze nog nooit gezien. Voornaamste vermaak van achtjarig broertje en vijfjarig zusje blijkt elkaar af te troeven te zijn. Ik vraag aan jongetje of hij geen voetbal heeft. Neen, die heeft zijn moeder kapotgeprikt, en hij weet niet waarom. In een poging om hen wat te kalmeren laat ik hen wat krabbelen in m'n dagboek. Na llama, worm en eend, komen ze op idee hun mama te tekenen. Er verschijnt figuurtje met rok en hoed op blad.

Wanneer even later de inderdaad aldus uitgedoste moeder haar kroost bijeenzoekt om naar huis te gaan, dit met nog een klein Boliviaantje op de rug gebonden, wordt duidelijk wie de baas in huis is. Wanneer de niños niet onmiddellijk ophouden met wilddoenerij, gaat er een stok de hoogte in, en op slag veranderen de wildebrassen in kleine standbeeldjes. Heb klein vermoeden dat lijfstraffen essentieel onderdeel van opvoeding uitmaken op hoogvlakte.

Le sommelier du altiplano

Bij avondeten in refugio op hoogvlakte krijgen we enkel water te drinken. Tegen de muur zien we enkele flessen wijn staan. Een snood plan rijpt. "Kunnen we een fles wijn kopen?" Dat kan. Eerste fles die we opentrekken (gelukkig zit er een Zwitser met ditto mes aan tafel) is echter hopeloos corchado. Probeer dat maar eens duidelijk te maken aan indiaanse die nooit van haar leven wijn heeft gedronken... Na hele uitleg, en crisisberaad in de keuken, krijgen we tien minuten later een andere fles in de plaats. We slaken zucht van verlichting wanneer deze fles drinkbaar blijkt te zijn.

Frontera

Net als je denkt dat inspiratie voor dit blog opgedroogd is, bots je tegen de grens met Bolivië aan. Grensovergang tussen Argentinië en Bolivië oogt van ver als een wriemelende mierenkolonie, die druk in de weer is heel haar hebben en houden te verhuizen. Smalle voetgangersbrug tussen Argentijnse La Quiaca en Boliviaanse Villazon wordt ingenomen door met enorme pakken zeulende Indios, waaronder met bolhoed, rok en lange vlechten uitgedoste cholas, die als ze lading aan Boliviaanse zijde hebben afgeleverd met lege handen terugkeren naar Argentinië voor volgende pak. Sommigen doen dit zelfs in looppas. Er moeten zo per uur tonnen aan handelswaar de grens oversteken. Waarom dit per indiaan dient te gebeuren, en niet per vrachtwagen, is me niet geheel duidelijk.

The paper it's printed on

Het Boliviaanse geld, Boliviano genaamd, is niets waard. Dat valt letterlijk te nemen. Bankbriefjes desintegreren in m'n broekzak. Wanneer ik biljet van 20 bolivianos aan winkelierster overhandig, blijkt helft van biljet missing in action te zijn. Ik vis in broekzak naar andere helft van biljet en leg het netjes naast z'n broertje op toonbank : "Met een beetje plakband maak je er weer een nieuw van..." Heleboel biljetten die ik in de volgende dagen tegenkom, zijn op deze wijze gerepareerd. Winkelierster is ook enigszins in de war door operatie, en geeft me wisselgeld terug op 10 bolivianos.

Wanneer ik dag later een fles wijn in herberg wil betalen met biljet dat ook z'n beste tijd heeft gehad, blijft herbergierster, een forse, norse chola minutenlang zwijgend aan tafel staan met biljet in de hand. Ze vertrouwt het biljet niet en weet dat met lichaamstaal duidelijk te maken. Ik zie mezelf gedwongen mijn integriteit en dat van biljet hevig te verdedigen. Het is een monoloog, want nog steeds komt er geen woord over haar lippen. Uiteindelijk verdwijnt biljet dan toch in zak van schort.