Een begrip dat hier nog vaak zal opduiken is
cholo of
chola, wat refereert naar de autochtone bevolking in de Andes. De term zelf ligt gevoelig. Voor sommigen is het een belediging, anderen gaan er prat op
cholo of
chola te zijn. Na zeven dagen Bolivië heb ik er weinig zicht op wanneer het kosjer is de term te gebruiken.
De Spaanse kolonisatoren verplichtten de vrouwelijke autochtone bevolking tot het dragen van Spaanse
pollera, ofte rok. De cholas heden ten dage hebben zich deze eens verplichte kledij helemaal eigen gemaakt, en dragen met trots hun rok, schort, sandaaltjes, sjaal en hoed. Vanonder hoed komen steevast twee lange vlechten uit.
Naar verluidt heeft elke streek of stad zijn eigen kleurenpatroon en geeft type en positie van hoed heleboel informatie weer over sociale positie en aspiraties van draagster. Vergeef mij als ik dit thema nog niet tot op het bot heb uitgespit.
Ze weten van aanpakken, de
cholas. Je ziet ze overal op straat handeltjes drijven, ze voelen zich als vis in het water op de vele markten die Bolivië rijk is. Ben nog niet in La Paz geraakt, maar stad is blijkbaar één grote markt.
Cholas slepen enorme pakken met zich mee op hun rug, gewikkeld in veelkleurige doeken. Soms komt er een babygezichtje piepen uit zo'n pak. Hier geldt het axioma: hoe kleiner de
chola, hoe groter de lading.
Vanuit bus zag ik gisteren temidden groepje wegenwerkers een
chola lustig wegschuppend, niet in blauwe overall zoals haar mannelijke collega's, maar in blauwe rok van zelfde stof en met haar twee vlechten ditmaal niet van onder hoed uitkomend maar vanonder gele veiligheidshelm.
Communicatie met
cholas in winkels en op markten verloopt stroef. Ben er nog niet uit of dit aan mijn anders geaccenteerd Spaans ligt, hun natuurlijke gereserveerdheid, of het feit dat heel wat
cholas voornamelijk Quechua spreken.