View Full Size Travel Map at Travellerspoint
11.12.07
Burning car
Jongste dochter heeft auto van zus geleend om gezelschap naar buitenverblijf te transporteren. Vier blokken na vertrek roept een passerende taxichauffeur ons toe dat onze auto in brand aan het schieten is. "En serio?" vraagt de ongelovige dochter. "Nee, ik maak een grapje", snauwt de gepikeerde taxista haar toe en scheurt weg. Inderdaad, nu merken we de grijze rook op die aan achterkant van wagen opstijgt. Lichte paniek maakt zich meester van de op de achterbank gezeten toerist in dit tweedeursmodel. In een oogwenk staat de volledige bemanning van wagentje hijgend op straat. Laat ons als schuldige maar een onwillige handrem aanwijzen. Het koelt allemaal zonder blazen en tien minuutjes later zetten we onze weg verder.
Lucky Strijk
Op zonnige zaterdagvoormiddag loop ik wat rond in het rustige Salta, waar het op deze religieuze feestdag enkel druk is in de kerken. Na een licht verteerbare lunch van een humita gevolgd door een ensalada del chef, wandel ik op m'n gemak terug richting hostal, waar m'n bagage op me wacht en een lavadero, waar frisgewassen en gestreken kleren hetzelfde doen. Het plan is om daarna snel op bus te springen en verder naar het noorden te trekken. Onderweg naar eerder genoemde bestemmingen, het is ongeveer één uur 's middags, bots ik op verschillende winkeliers die rolluiken neerlaten en traliehekken vergrendelen. It's siesta time en half Salta gaat op slot. Zelfs musea en cafés ontsnappen hier niet aan en sluiten tussen één en vier uur 's middags de deuren.
Doodgemoedereerd wandel ik verder, tot ik in de verte lavadero-uitbater bord met 'Laundry' naar binnen zie verhuizen en grote sleutelbos zie bovenhalen. Ik zie mezelf al gestrand in een doods, siestend Salta en schiet in looppas. Weet zo net op tijd ticket te overhandigen in ruil voor m'n kostbare plunje.
Doodgemoedereerd wandel ik verder, tot ik in de verte lavadero-uitbater bord met 'Laundry' naar binnen zie verhuizen en grote sleutelbos zie bovenhalen. Ik zie mezelf al gestrand in een doods, siestend Salta en schiet in looppas. Weet zo net op tijd ticket te overhandigen in ruil voor m'n kostbare plunje.
30.11.07
Clásico
Ik ben een week in Montevideo en mag weer proeven van hét spektakelstuk van het Uruguayaanse voetbal, Peñarol versus Nacional, in een zo goed als volgelopen Estadio Centenario. In dit stadion werd in 1930 de finale van de allereerste wereldbeker voetbal gespeeld. Een wereldbeker met 13 deelnemende naties, waaronder ook de Belgen, die per boot de oversteek naar Amerika waagden.
Via mijn Uruguayaanse connecties kom ik terecht op de Amsterdam tribune, genoemd naar de stad waar de Uruguayanen in 1928 Olympisch kampioen voetbal werden. Een andere tribune heet Colombes, naar de Parijse voorstad waar hen in 1924 hetzelfde overkwam. Hadden de Zuid-Amerikanen in 1920 voetbalploegen naar de Olympische spelen gestuurd, dan was er ongetwijfeld ook een tribune geweest die "Antwerpen" heette.
Beide ploegen verkeren dit seizoen echter in de onderste regionen van het klassement, waardoor het enige waar er voor gespeeld wordt de eer is, wat op zich al genoeg is om er een geladen namiddag van te maken. Ik vergeet af en toe de match te volgen, omdat de kolkende tribunes meer spektakel bieden. De meest lieflijke hymnes worden het veld over en weer gezonden. Om mijn talrijke (ahem) lezerspubliek of all ages niet te bruskeren, kan ik enkel de leuze "Uw beste vriend is een agent" reproduceren. Dit blijkt vreemd genoeg één van de ergst denkbare beledigingen te zijn. Als er voor half-time wordt gefloten, wrijft men zich in de handen, "Nu hebben we tijd om een supporter van Nacional af te maken!" Sweet.
Het voetbal zelf? Nacional is het meest bedrijvig, maar faalt in de zone van de waarheid. Peñarol weert zich met enkele vlijmscherpe counters. Na een rommelige wedstrijd wordt het zo 1-1.
Vijf minuten voor affluiten koken de potjes over en volgt er wat beter duw- en trekwerk. Vanuit de vier hoeken van het veld marcheren met helm en schild uitgeruste ordetroepen rustig het veld op om spelers te scheiden. Niemand lijkt echt verrast door deze gang van zaken. De kranten loven de dag nadien het feit dat iedereeen zo rustig wist te blijven.
Via mijn Uruguayaanse connecties kom ik terecht op de Amsterdam tribune, genoemd naar de stad waar de Uruguayanen in 1928 Olympisch kampioen voetbal werden. Een andere tribune heet Colombes, naar de Parijse voorstad waar hen in 1924 hetzelfde overkwam. Hadden de Zuid-Amerikanen in 1920 voetbalploegen naar de Olympische spelen gestuurd, dan was er ongetwijfeld ook een tribune geweest die "Antwerpen" heette.
Beide ploegen verkeren dit seizoen echter in de onderste regionen van het klassement, waardoor het enige waar er voor gespeeld wordt de eer is, wat op zich al genoeg is om er een geladen namiddag van te maken. Ik vergeet af en toe de match te volgen, omdat de kolkende tribunes meer spektakel bieden. De meest lieflijke hymnes worden het veld over en weer gezonden. Om mijn talrijke (ahem) lezerspubliek of all ages niet te bruskeren, kan ik enkel de leuze "Uw beste vriend is een agent" reproduceren. Dit blijkt vreemd genoeg één van de ergst denkbare beledigingen te zijn. Als er voor half-time wordt gefloten, wrijft men zich in de handen, "Nu hebben we tijd om een supporter van Nacional af te maken!" Sweet.
Het voetbal zelf? Nacional is het meest bedrijvig, maar faalt in de zone van de waarheid. Peñarol weert zich met enkele vlijmscherpe counters. Na een rommelige wedstrijd wordt het zo 1-1.
Vijf minuten voor affluiten koken de potjes over en volgt er wat beter duw- en trekwerk. Vanuit de vier hoeken van het veld marcheren met helm en schild uitgeruste ordetroepen rustig het veld op om spelers te scheiden. Niemand lijkt echt verrast door deze gang van zaken. De kranten loven de dag nadien het feit dat iedereeen zo rustig wist te blijven.
The Troubles in Sucre
Zoals elke rechtgeaarde Belg in het buitenland raadpleeg ik regelmatig de website van Buitenlandse Zaken. Op de pagina met reisadvies over Bolivië lees ik vandaag het volgende:
"Op dit ogenblik is verhoogde waakzaamheid in het ganse land geboden. Er wordt ten stelligste afgeraden op dit ogenblik naar Sucre te reizen. Tijdens manifestaties vielen minstens vier doden en enkele honderden gewonden. De problemen houden aan en het risico dat de onrust naar andere delen van het land overslaat is reëel. Naargelang de evolutie van de sociale situatie, is het mogelijk dat er op alle belangrijke wegen, maar in het bijzonder op de wegen tussen La Paz, Oruro, Cochabamba, Potosí en Sucre evenals op de grote wegen naar Chili en Argentinië, blokkades («bloceos») worden opgeworpen. Zoals overal ter wereld wordt het ten zeerste afgeraden zich naar de blokkades te begeven, ze over te steken of trachten ze te omzeilen. Stakingen en/of andere acties kunnen zich eveneens zeer snel ontwikkelen; er wordt sterk op aangedrongen om uit de buurt te blijven van eventuele manifestaties of ongewone samenscholingen."
We volgen de situatie op de voet, maar we moeten de problemen natuurlijk ook niet gaan zoeken. Een eerste radicale wijziging van reisroute dringt zich op. Kaart van grensgebied Argentinië, Bolivië en Chile wordt op dit moment druk bestudeerd.
"Op dit ogenblik is verhoogde waakzaamheid in het ganse land geboden. Er wordt ten stelligste afgeraden op dit ogenblik naar Sucre te reizen. Tijdens manifestaties vielen minstens vier doden en enkele honderden gewonden. De problemen houden aan en het risico dat de onrust naar andere delen van het land overslaat is reëel. Naargelang de evolutie van de sociale situatie, is het mogelijk dat er op alle belangrijke wegen, maar in het bijzonder op de wegen tussen La Paz, Oruro, Cochabamba, Potosí en Sucre evenals op de grote wegen naar Chili en Argentinië, blokkades («bloceos») worden opgeworpen. Zoals overal ter wereld wordt het ten zeerste afgeraden zich naar de blokkades te begeven, ze over te steken of trachten ze te omzeilen. Stakingen en/of andere acties kunnen zich eveneens zeer snel ontwikkelen; er wordt sterk op aangedrongen om uit de buurt te blijven van eventuele manifestaties of ongewone samenscholingen."
We volgen de situatie op de voet, maar we moeten de problemen natuurlijk ook niet gaan zoeken. Een eerste radicale wijziging van reisroute dringt zich op. Kaart van grensgebied Argentinië, Bolivië en Chile wordt op dit moment druk bestudeerd.
Agua aparte
Ik ben uitgedroogd na dag van dik in de 30 graden en bestel bij m'n eten om 10 uur 's avonds een halve liter water naast het obligate flesje Chablis uit Mendoza. Ik proef de wijn en laat de ober m'n glas verder aanvullen. So far so good. Maar dan komt ober met waterfles verdacht dicht bij m'n wijnglas. Mijn verontruste blik doet hem toch even twijfelen: "Water in een apart glas?" Met stomheid geslagen vergeet ik haast te antwoorden. But not quite.
29.11.07
A quite average day in Montevideo
Om 10 uur 's morgens sta je op, enigszins verbaasd dat de caña met pitanga (die overigens verdacht veel op bessenjenever leek) van de avond voordien niet meer neurale schade heeft aangericht. Tijdens ontbijtkoffie draai je het telefoonnummer van oude klasgenoot, dat je de dag voordien wist op te sporen. Zo komt het dat je enkele uren later een sappige churrasquito zit te smikkelen op de zesde verdieping van het Palacio Salvo, zo wat het meest gefotografeerde gebouw van Montevideo (in ieder geval door mij) en krijg je daarna een privé-rondleiding in dit hoogste gebouw van Montevideo, opgetrokken in de jaren '20 van de vorige eeuw. Uruguay leefde toen op grote voet, en dat blijkt overal in het uitbundig gedecoreerde gebouw. Er wonen nu zo'n tweeduizend mensen in de skyscraper, die na 80 jaar in een, laat ons zeggen, charmante staat van verval verkeert. Zo gaat dat, wat sommige mensen definiëren als gebrekkig onderhoud is voor anderen pittoresk en schattig.
Na de koffie gaat het richting Estadio Centenario, een gebouw dat nauwelijks 5 jaar jonger is dan het Salvo, waar later op de middag dé Clásico op het programma staat, de stadsderby tussen de eeuwige rivalen Nacional en Peñarol, Bolso en Manya, Rood-Wit-Blauw en Zwart-Geel, bijna Winterslag tegen Waterschei. Hierover later meer.
Na de match praat je wat na tijdens het opzuigen van enkele Matés, al flanerend op de centrale avenue 18 de Julio en 's avonds dineer je uitgebreid met alweer een teruggevonden vriendin, in een oude Pulpería waar in onschuldiger tijden de gauchos verzamelen bliezen. Dit alles overgoten met een zeer verdienstelijke Uruguayaanse Cabernet Sauvignon. Hmm, I could get used to days like this.
Na de koffie gaat het richting Estadio Centenario, een gebouw dat nauwelijks 5 jaar jonger is dan het Salvo, waar later op de middag dé Clásico op het programma staat, de stadsderby tussen de eeuwige rivalen Nacional en Peñarol, Bolso en Manya, Rood-Wit-Blauw en Zwart-Geel, bijna Winterslag tegen Waterschei. Hierover later meer.
Na de match praat je wat na tijdens het opzuigen van enkele Matés, al flanerend op de centrale avenue 18 de Julio en 's avonds dineer je uitgebreid met alweer een teruggevonden vriendin, in een oude Pulpería waar in onschuldiger tijden de gauchos verzamelen bliezen. Dit alles overgoten met een zeer verdienstelijke Uruguayaanse Cabernet Sauvignon. Hmm, I could get used to days like this.
Equipaje
Het begint een vast ritueel te worden: ik kom aan in kleine stad, die op PJ's bezienswaardigheidsschaal een score heeft van 3,5 uur, laat m'n rugzak achter in bagage-depot van busterminal, koop ticket naar volgende bestemming, en wandel vervolgens de uren die me scheiden van vertrekuur bus rond in stadscentrum. Sounds like a plan, nietwaar?
Tot op dag dat je na wandeltocht door de stad terug in busterminal arriveert en bord aan deur van bagagedepot met de boodschap "Abierto 24 Horas" geamendeerd is met papiertje "vuelvo en 10 minutos". Die 10 minuten worden er al gauw 15, het vertrekuur van bus nadert, de bloeddruk stijgt. Ik informeer bij de in de vertrekhal gevestigde toeristische dienst naar de afwezige bagage-klerk. "Oh, die is bij z'n thuis gaan lunchen," luidt het laconiek. "U zult hem moeten opbellen." "Kan u dat niet even doen?" vraag ik, naar de telefoon voor haar neus wijzend. "Neen, dat gaat niet, maar hier is toch al zijn telefoonnummer." Weet met behulp van kiosk-uitbater snel een telefoontje te plegen en heb vervolgens moeder de vrouw aan de lijn: "Hij is nog aan 't eten." Ik weet blijkbaar toch genoeg hoogdringendheid over te brengen, want ze verzekert me dat hij onmiddellijk zal vertrekken.
Ik wacht gespannen verder af in de vertrekhal. M'n bus rijdt de terminal binnen, passagiers beginnen aan te schuiven en de bagage wordt ingeladen. Ik leg situatie uit aan chauffeur maar die brengt enkel een nors "we vertrekken volgens het uurschema" uit. Ik snel terug naar het bagagedepot, dat nog steeds potdicht en onbemand is, en laat een welgemeende "Hijo de puta" door de vertrekhal galmen. Exact op het aangekondigde vertrekuur van bus komt er dan eindelijk een auto voorgereden met op de achterbank de depot-uitbater, die in mijn herinnering steeds meer Jabba the Hutt proporties begint aan te nemen. Hij stapt op zijn dooie gemak uit en schuifelt naar z'n bureautje. Ik onderbreek de uitleg die hij begint (Ik had bij afleveren van bagage al verhaal van 10 minuten ondergaan) en maan hem aan dan toch die deur te openen zodat ik aan rugzak kan. Het lukt. Als bus met 5 minuten vertraging vertrekt zitten zowel ik als m'n rugzak waar ze moeten zitten.
Tot op dag dat je na wandeltocht door de stad terug in busterminal arriveert en bord aan deur van bagagedepot met de boodschap "Abierto 24 Horas" geamendeerd is met papiertje "vuelvo en 10 minutos". Die 10 minuten worden er al gauw 15, het vertrekuur van bus nadert, de bloeddruk stijgt. Ik informeer bij de in de vertrekhal gevestigde toeristische dienst naar de afwezige bagage-klerk. "Oh, die is bij z'n thuis gaan lunchen," luidt het laconiek. "U zult hem moeten opbellen." "Kan u dat niet even doen?" vraag ik, naar de telefoon voor haar neus wijzend. "Neen, dat gaat niet, maar hier is toch al zijn telefoonnummer." Weet met behulp van kiosk-uitbater snel een telefoontje te plegen en heb vervolgens moeder de vrouw aan de lijn: "Hij is nog aan 't eten." Ik weet blijkbaar toch genoeg hoogdringendheid over te brengen, want ze verzekert me dat hij onmiddellijk zal vertrekken.
Ik wacht gespannen verder af in de vertrekhal. M'n bus rijdt de terminal binnen, passagiers beginnen aan te schuiven en de bagage wordt ingeladen. Ik leg situatie uit aan chauffeur maar die brengt enkel een nors "we vertrekken volgens het uurschema" uit. Ik snel terug naar het bagagedepot, dat nog steeds potdicht en onbemand is, en laat een welgemeende "Hijo de puta" door de vertrekhal galmen. Exact op het aangekondigde vertrekuur van bus komt er dan eindelijk een auto voorgereden met op de achterbank de depot-uitbater, die in mijn herinnering steeds meer Jabba the Hutt proporties begint aan te nemen. Hij stapt op zijn dooie gemak uit en schuifelt naar z'n bureautje. Ik onderbreek de uitleg die hij begint (Ik had bij afleveren van bagage al verhaal van 10 minuten ondergaan) en maan hem aan dan toch die deur te openen zodat ik aan rugzak kan. Het lukt. Als bus met 5 minuten vertraging vertrekt zitten zowel ik als m'n rugzak waar ze moeten zitten.
Subscribe to:
Posts (Atom)
