Om 10 uur 's morgens sta je op, enigszins verbaasd dat de caña met pitanga (die overigens verdacht veel op bessenjenever leek) van de avond voordien niet meer neurale schade heeft aangericht. Tijdens ontbijtkoffie draai je het telefoonnummer van oude klasgenoot, dat je de dag voordien wist op te sporen. Zo komt het dat je enkele uren later een sappige churrasquito zit te smikkelen op de zesde verdieping van het Palacio Salvo, zo wat het meest gefotografeerde gebouw van Montevideo (in ieder geval door mij) en krijg je daarna een privé-rondleiding in dit hoogste gebouw van Montevideo, opgetrokken in de jaren '20 van de vorige eeuw. Uruguay leefde toen op grote voet, en dat blijkt overal in het uitbundig gedecoreerde gebouw. Er wonen nu zo'n tweeduizend mensen in de skyscraper, die na 80 jaar in een, laat ons zeggen, charmante staat van verval verkeert. Zo gaat dat, wat sommige mensen definiëren als gebrekkig onderhoud is voor anderen pittoresk en schattig.
Na de koffie gaat het richting Estadio Centenario, een gebouw dat nauwelijks 5 jaar jonger is dan het Salvo, waar later op de middag dé Clásico op het programma staat, de stadsderby tussen de eeuwige rivalen Nacional en Peñarol, Bolso en Manya, Rood-Wit-Blauw en Zwart-Geel, bijna Winterslag tegen Waterschei. Hierover later meer.
Na de match praat je wat na tijdens het opzuigen van enkele Matés, al flanerend op de centrale avenue 18 de Julio en 's avonds dineer je uitgebreid met alweer een teruggevonden vriendin, in een oude Pulpería waar in onschuldiger tijden de gauchos verzamelen bliezen. Dit alles overgoten met een zeer verdienstelijke Uruguayaanse Cabernet Sauvignon. Hmm, I could get used to days like this.
View Full Size Travel Map at Travellerspoint
