Het komt er op aan de geboden kansen op aansterking der inwendige mens met beide handen aan te grijpen. In Brazilië zijn die kansen talrijk en kleurrijk. Laat ons beginnen met de sucos. Naast de ook in België stilaan opmars makende "appelsien", heeft elke zichzelf respecterende suceria nog minimaal een twintigtal andere fruitsoorten achter de toog liggen, gereed om met behulp van batterij liquidoras te worden uitgeperst. Ik laat u even van enkele proeven: acerola, maracuja, jaca, mamao, graviola, carambola...
Een geval apart is suco de açai, een paars goedje waarin je lepel blijft rechtstaan, gemaakt van een energiebom recht uit de amazone. Je kan er een halve dag mee verder. Ik begin het spul zelfs stilaan medicinale krachten toe te dichten.
Dicht tegen de sucos aanleunend hebben we caldo de cana, vers geperst suikerriet-sap, waarvoor industrieel aandoende rietpersen klaarstaan, en agua de coco, waarvoor een kokosnoot, nog in z'n groene schil, wordt onthoofd met een machete en van een rietje voorzien.
Tot zover deel 1 van pj's culinaire gids to Brazilië.
(*) lees: nooit
