Op weg naar een afgelegen strand krijg ik het gezelschap van een vriendelijke hond, die me gedienstig de weg wijst op het soms moeilijk begaanbare
trilha. Op het strand aangekomen, waar we op twee surfers na die we gemakshalve bij de lokale fauna rekenen helemaal alleen zijn, blijken z'n motieven minder onbaatzuchtig dan door m'n naïeve zelf was aangenomen. Hij stuift de duinen in om daar even later likkebaardend weer uit te voorschijn te komen. Op eierjacht? Ik weet het niet, maar ik zie de ene na de andere beschermde vogelsoort verschrikt omhoog fladderen. Enigszins bedrukt deze ecologische terrorist naar strand te hebben vergezeld wandel ik verder, tot ik plots een iel gesnerp achter mij hoor. In de verte zie ik hond verwoed een langwerpig object heen en weer slingeren. Heeft-ie een vogel te grazen?
Wat dichterbij gekomen herken ik de prooi: een Lagarto, in schoon Vlaams: een reuzenhagedis. Het beest is ondertussen zo dood als een pier, maar hond is hier niet van overtuigd en blijft het kadaver nijdig toeblaffen en in de strot bijten. Ik heb genoeg van het morbide spektakel en wil weer aanzetten wanneer er een grote schaduw op me valt. Een stuk of vier breedgevleugelde aaseters hebben bloed geroken en wachten geduldig tot hond genoeg krijgt van z'n speelgoed. De één z'n dood.
