19.2.08

Ecuadorean road trip

We besluiten wat kilometers te malen, en in één ruk van de Andes naar de kust af te dalen.

Van 4.000 meter hoog daal ik in een dag en een aantal bustrips af naar 136 meter boven zeeniveau.

Reis wordt een oefening in temperature adjustment en cultural change. Muts, sjaal en handschoenen maken plaats voor T-shirt. Maïsvelden veranderen in bananenplantages. Kokette cholitas, met witte kniekousen en zwarte fedoras, maken plaats voor wulpse latinas, wiens overtollige vlees met moeite door kledij in bedwang wordt gehouden. Timide campesinos ruimen baan voor lawaaierige machos. Oude, graatmagere, tandeloze besjes in de Andes, altijd druk in de weer, veranderen in gezette matrones die op terras van oude dag genieten.

In dorpje, op zoek naar highway en bijhorende bus, stuit ik op chauffeur van pick-up truck, die me voor exorbitante som van 1 dollar in z'n laadbak stopt, samen met een dozijn indiaansen met kroost, en naar de gezochte weg brengt.

Op barslechte aardeweg, nog hoog in de bergen, dreigt reis al in de modder te stranden. Stuk weg is door hevige regenval weggespoeld, en wat er van weg overblijft is meer modder dan aarde. Buschauffeur ziet het in ieder geval niet zitten en keert z'n bus. Passagiers, voor volgende dorpje, tot wie ik behoor, worden geadviseerd te voet weg verder te zetten. "Het is maar 2 kilometer wandelen," bezweert ticketverkoper me. Als bus vertrokken is, vertellen locals me dat het anderhalf uur stappen is tot m'n bestemming. Dan komt er gelukkig andere bus aan, wiens chauffeur het niet ziet zitten omweg van 7 uur te maken, en met wat vrijwilligers stenen en ganse struiken begint aan te voeren om weg wat meer op een weg te doen lijken. Na een halfuurtje emergency road repair slaagt bus er zo in, met nog een kleine hapering, de hindernis te overwinnen. En wijle weg.

Op deze luie zondag heeft andere buschauffeur er blijkbaar voor gekozen z'n zonen aan het werk te zetten, en zelf van een welverdiende siësta te genieten. Ik stap in bus waarvan chauffeur niet ouder kan zijn dan 15. Na tijdje vindt oudere broer het welletjes en neemt plaats achter stuur over. Ik overtuig me er van dat deze laatste toch minstens 17 moet zijn. We weten in ieder geval net alle koeien, varkens, honden en llamas die weg met ons delen te ontwijken of te doen uitwijken met genoeg claxongeschal.

Ik strand om 11 uur ´s nachts in Portoviejo, in groezelige busterminal, na eerst nog vervelende dronkenlap in bus te hebben getrotseerd, die vindt dat ik hem z'n busticket cadeau moet doen. Dat ziet u, inderdaad, van hier.