20.12.07

The paper it's printed on

Het Boliviaanse geld, Boliviano genaamd, is niets waard. Dat valt letterlijk te nemen. Bankbriefjes desintegreren in m'n broekzak. Wanneer ik biljet van 20 bolivianos aan winkelierster overhandig, blijkt helft van biljet missing in action te zijn. Ik vis in broekzak naar andere helft van biljet en leg het netjes naast z'n broertje op toonbank : "Met een beetje plakband maak je er weer een nieuw van..." Heleboel biljetten die ik in de volgende dagen tegenkom, zijn op deze wijze gerepareerd. Winkelierster is ook enigszins in de war door operatie, en geeft me wisselgeld terug op 10 bolivianos.

Wanneer ik dag later een fles wijn in herberg wil betalen met biljet dat ook z'n beste tijd heeft gehad, blijft herbergierster, een forse, norse chola minutenlang zwijgend aan tafel staan met biljet in de hand. Ze vertrouwt het biljet niet en weet dat met lichaamstaal duidelijk te maken. Ik zie mezelf gedwongen mijn integriteit en dat van biljet hevig te verdedigen. Het is een monoloog, want nog steeds komt er geen woord over haar lippen. Uiteindelijk verdwijnt biljet dan toch in zak van schort.

Chola

Een begrip dat hier nog vaak zal opduiken is cholo of chola, wat refereert naar de autochtone bevolking in de Andes. De term zelf ligt gevoelig. Voor sommigen is het een belediging, anderen gaan er prat op cholo of chola te zijn. Na zeven dagen Bolivië heb ik er weinig zicht op wanneer het kosjer is de term te gebruiken.

De Spaanse kolonisatoren verplichtten de vrouwelijke autochtone bevolking tot het dragen van Spaanse pollera, ofte rok. De cholas heden ten dage hebben zich deze eens verplichte kledij helemaal eigen gemaakt, en dragen met trots hun rok, schort, sandaaltjes, sjaal en hoed. Vanonder hoed komen steevast twee lange vlechten uit.

Naar verluidt heeft elke streek of stad zijn eigen kleurenpatroon en geeft type en positie van hoed heleboel informatie weer over sociale positie en aspiraties van draagster. Vergeef mij als ik dit thema nog niet tot op het bot heb uitgespit.

Ze weten van aanpakken, de cholas. Je ziet ze overal op straat handeltjes drijven, ze voelen zich als vis in het water op de vele markten die Bolivië rijk is. Ben nog niet in La Paz geraakt, maar stad is blijkbaar één grote markt.

Cholas slepen enorme pakken met zich mee op hun rug, gewikkeld in veelkleurige doeken. Soms komt er een babygezichtje piepen uit zo'n pak. Hier geldt het axioma: hoe kleiner de chola, hoe groter de lading.

Vanuit bus zag ik gisteren temidden groepje wegenwerkers een chola lustig wegschuppend, niet in blauwe overall zoals haar mannelijke collega's, maar in blauwe rok van zelfde stof en met haar twee vlechten ditmaal niet van onder hoed uitkomend maar vanonder gele veiligheidshelm.

Communicatie met cholas in winkels en op markten verloopt stroef. Ben er nog niet uit of dit aan mijn anders geaccenteerd Spaans ligt, hun natuurlijke gereserveerdheid, of het feit dat heel wat cholas voornamelijk Quechua spreken.

11.12.07

Into the unknown

Ik nader stilaan nieuwe wereld. De Italiaanse en Spaanse tronies maken langzaamaan plaats voor gitzwarte stugge haardossen met daaronder een nog stuggere blik. Op TV zie ik Evo Morales live z'n presidentschap in de weegschaal leggen. Bus passeert eerste, vrij vreedzaam aandoende bloqueos, groepjes indianen die helft van de weg innemen, en zo hun eisen kracht bijzetten. Indiaan of Indio is trouwens een lelijk woord hier. Zelfs aborigines kan voor sommigen niet door de beugel, al wijt ik dat aan een linguïstisch misverstand. De politiek correcte term is voor deze puristen naturales of nativos. Het is maar dat u het weet.

Easy does it

Zaterdag slaap ik op 1.259 meter hoogte.
Zondag slaap ik op 2.159 meter hoogte.
Maandag slaap ik op 2.461 meter hoogte.
Dinsdag slaap ik op 2.936 meter hoogte.
Woensdag slaap ik op 3.160 meter hoogte.

Malvinas

Tijdens busrit probeer ik ledematen zo te schikken dat ik Argentijnse buur niet beroer. Dat leidt enkel tot een elleboog in m'n ribben. Niet aangenaam, dus middels een expeditionary force weet ik mijn stekje op armleuning weer te bezetten. Alle niet met kracht geclaimde lebensraum schreeuwt in de Argentijnse psyche blijkbaar om bezetting. Vraag dat maar aan de Engelsen, met hun Falklands, die hier de Islas Malvinas genoemd worden. Argentina heeft haar claim op eilandengroep van twee keer niets, die het in 1833 aan de Engelsen verloor, nog niet opgegeven. Toeristische kaarten maken dit duidelijk door achter de naam Islas Malvinas een (Arg.) toe te voegen. De leuze 'Malvinas Argentinas' duikt overal op in straatbeeld. Heb zelfs al een hacienda gezien die dit als naam meekreeg.

Burning car

Jongste dochter heeft auto van zus geleend om gezelschap naar buitenverblijf te transporteren. Vier blokken na vertrek roept een passerende taxichauffeur ons toe dat onze auto in brand aan het schieten is. "En serio?" vraagt de ongelovige dochter. "Nee, ik maak een grapje", snauwt de gepikeerde taxista haar toe en scheurt weg. Inderdaad, nu merken we de grijze rook op die aan achterkant van wagen opstijgt. Lichte paniek maakt zich meester van de op de achterbank gezeten toerist in dit tweedeursmodel. In een oogwenk staat de volledige bemanning van wagentje hijgend op straat. Laat ons als schuldige maar een onwillige handrem aanwijzen. Het koelt allemaal zonder blazen en tien minuutjes later zetten we onze weg verder.

Lucky Strijk

Op zonnige zaterdagvoormiddag loop ik wat rond in het rustige Salta, waar het op deze religieuze feestdag enkel druk is in de kerken. Na een licht verteerbare lunch van een humita gevolgd door een ensalada del chef, wandel ik op m'n gemak terug richting hostal, waar m'n bagage op me wacht en een lavadero, waar frisgewassen en gestreken kleren hetzelfde doen. Het plan is om daarna snel op bus te springen en verder naar het noorden te trekken. Onderweg naar eerder genoemde bestemmingen, het is ongeveer één uur 's middags, bots ik op verschillende winkeliers die rolluiken neerlaten en traliehekken vergrendelen. It's siesta time en half Salta gaat op slot. Zelfs musea en cafés ontsnappen hier niet aan en sluiten tussen één en vier uur 's middags de deuren.

Doodgemoedereerd wandel ik verder, tot ik in de verte lavadero-uitbater bord met 'Laundry' naar binnen zie verhuizen en grote sleutelbos zie bovenhalen. Ik zie mezelf al gestrand in een doods, siestend Salta en schiet in looppas. Weet zo net op tijd ticket te overhandigen in ruil voor m'n kostbare plunje.